FCI groep 5 : Spitsen en Oertypen
Sectie : 1
Herkomst : Komt uit Amerika
Voorkomen : Krachtig, waardig, trotse uitstraling, wolfachtig uiterlijk, zachte expressie in bruine ogen, sledehond
Schofthoogte : 58.5 – 63.5 cm
Gewicht : 34 – 38 kg
Vacht : Middellang, dikke grove bovenvacht, dicht ingeplante, vettige, wollig lange ondervacht
Kleur : Zilvergrijs tot zwart op de rug, lichaam en hoofd, wit op onderlichaam, benen en voeten, witte aftekening in gezicht, eenkleurig wit is toegestaan
Gebruik : In Alaska gebruikt als sledehond voor het trekken van zware lasten, groot uithoudingsvermogen en kracht
Gezondheid : Fokdieren onderzocht op heupdysplasie, erfelijk oogafwijkingen
Aard : Zeer eigenzinnig, hebben geen “will to please”, naar mensen toe aanhankelijk en vriendelijk, geen eenmanshond, naar andere honden onverdraagzaam, stellen zich dominant op. Een zeer consequente opvoeding en socialisatie nodig, absoluut niet met harde hand, geen hond voor beginnende hondenliefhebbers. Ze zijn niet waaks, kunnen soms moeilijk alleen thuis blijven, veel beweging nodig, onvoldoende beweging uit zich in sloopgedrag en huilgedrag, kunnen vrijwel nooit los lopen, malamutes zijn inventief en atletisch, goede omheining rond tuin of erf is vereist
Bijzonderheden : Kan flink ruien vooral bij het verlies van de wintervacht, regelmatig borstelen





